Passages

Over kolonisme:
En vlak niet uit dat de koloniale machthebbers in heel Afrika gedurende de eeuw van de koloniale overheersing de traditionele machtsstructuur van koninkrijken en stammen totaal geëlimineerd hebben. Bovendien werd voorkomen dat de bevolking zich kon ontwikkelen. Naar school gaan was er niet bij. Dat mocht simpelweg niet. Het zijn vooral de Bijbel en de daaruit voortvloeiende westerse normen en waarden die de volkeren van Afrika zijn opgedrongen, met onder meer als gevolg dat homo's worden vervolgd en aids zich ongebreideld kan verspreiden. De totale omvang van de verschrikkelijke dingen die tijdens de koloniale bezetting allemaal gebeurd zijn zullen waarschijnlijk nooit aan het licht komen. De geschiedenis is immers opgetekend door de blanke bezetter en de missionarissen. Tijdens de dekolonisatie onttrok de kolonisator zich aan bestuurlijke verantwoordelijkheid, maar wilde economisch en militair graag de touwtjes in handen houden. De uitbuiting bleef doorgaan, maar veel landen werden van de ene op de andere dag aan hun lot overgelaten. Soms was er in een land maar een tiental mensen dat een universitaire opleiding gevolgd had. Democratie zoals wij dat kennen vereist in de eerste plaats een behoorlijk opgeleid bestuur. Landsgrenzen werden vaak naar willekeur bepaald en hielden geen rekening met totaal verschillende culturen en stammen, die elkaar al honderden jaren de hersens insloegen en na de dekolonisatie plotseling in één land terechtkwamen en moesten gaan samenwerken. Het is dan ook niet zo gek dat het in sommige landen behoorlijk misgegaan is. Maar de constatering dat er veel mis is in Afrika mag niet los gezien worden van de oorzaken.
Afrika is ongelofelijk rijk aan delfstoffen, landbouw- en weidegrond, en het heeft een enorme voorraad (goedkope) menskracht, die nauwelijks benut wordt. De koloniale overheersers hebben enorm geprofiteerd van die rijkdommen en ook nu nog zijn het veelal buitenlandse bedrijven die de rijkdommen exploiteren. Maar zowel infrastructuur als communicatie maakt een grote ontwikkeling door. Methodes en mechanieken zijn onderontwikkeld en juist daarom

heeft Afrika zo'n enorme potentie. Jaarlijks worden duizenden kilo- meters wegen aangelegd en bijna iedere Afrikaan heeft inmiddels een mobieltje. Het democratische proces komt langzaam op gang. Afrikanen zijn inventief en leergierig. 'Hoe hopeloos hun situatie ook is, hoe erg ze er ook aan toe zijn, de mensen zijn verbazingwekkend veerkrachtig, ze weten rampen altijd op de een of andere manier te overleven, vastbesloten om door te gaan, hun leven weer op te bouwen. Ze geven de moed nooit op,' schrijft Richard Dowden in zijn boek De staat van Afrika. Dat alles maakt dat ik heel positief ben over de toekomst van het continent. Het zou me niks verbazen als het na Azië de beurt is aan Afrika om een stormachtige ontwikkeling door te maken. Tenminste, als het Westen eindelijk stopt met bevoogden en de handrem loslaat. Ik pretendeer niet dat wij door onze ervaringen een compleet beeld hebben van Afrika. We zijn in maar dertien landen geweest, Kongo en Zimbabwe even niet meegeteld, en van sommige landen, zoals Soedan, hebben we maar een klein deel bereisd. We hebben niet altijd verder gekeken dan onze neus lang was. In dat opzicht is ons verhaal oppervlakkig. Maar het geeft wel een goed beeld van wat je onderweg tegenkomt als je van noord naar zuid door Afrika reist.


Over Aids, daarom gaat de opbrengst van het boek naar Orange Babies:
Botswana is veertien keer zo groot als Nederland en met 2 miljoen inwoners is het zeer dun bevolkt. Naar Afrikaanse maatstaven is de bevolking van Botswana opvallend welvarend. Het gemiddelde jaarinkomen is bijna US$ 12.000, dankzij de diamantindustrie en het bloeiende toerisme. Daarentegen is de werkeloosheid ook hoog. De schattingen lopen uiteen van 20 tot 40 procent. En het percentage van de bevolking dat besmet is met hiv is ronduit schokkend. Ik vind nogal uiteenlopende cijfers. Het laagste dat ik ben tegengekomen is 23 procent, het hoogste 40 procent. De gevolgen zijn enorm: de gemiddelde levensverwachting zou in Botswana gedaald zijn tot 35 jaar. Aids is een enorm probleem in Afrika, maar gelukkig niet overal. Het beeld dat heel Afrika hiv-besmet is verdient bijstelling. Het is lastig betrouwbare cijfers te vinden, maar dat de landen in het zuidelijke gedeelte van Afrika het hardst getroffen worden is evident. Volgens de statistieken van UNAIDS schommelt het percentage in het noorden (Egypte, Soedan, maar ook in Ethiopië) rond de 2 procent. Africa Development Indicators geeft voor deze landen nog veel lagere percentages: 0,1 tot 0,3 procent. In Midden- Afrikaanse landen als Kongo, Tanzania, Kenia en Oeganda is het 5-10 procent. Rwanda en Burundi vormen een gunstige uitzondering met minder dan 2 procent, maar vanaf Malawi zijn het dubbele cijfers, oplopend tot meer dan een kwart van de bevolking in Lesotho, Botswaan en ook Zuid-Afrika. Ter vergelijking: in Nederland is het 0,2 procent. Bezuiden de Sahara zijn 22 miljoen mensen hiv-besmet. De sociale en maatschappelijke gevolgen zijn enorm. Gezinnen worden ontwricht. Miljoenen kinderen groeien op zonder ouders. De gemiddelde levens- verwachting daalt dramatisch. Doordat aids slachtoffers vooral jong volwassenen zijn wordt het arbeidspotentieel aangetast en ziet een aantal landen vele jaren van economische krimp tegemoet. Als onderdeel van een uitgebreid programma om het tij te keren verstrekt Botswana al vanaf 2002 gratis medicijnen aan aids patiënten.

Over gore insecten:
Het is de eerste keer dat we tijdens de reis echt kamperen. Rick zet de daktent op, Rein sprokkelt houtjes voor het kampvuur en ik ga koken. Omdat butagas moeilijk verkrijgbaar is in Afrika, heb ik een kooktoestelletje gekocht dat werkt op loodvrije benzine: een Coleman 442. Het lukt allemaal wonderwel en tegen de tijd dat het echt donker is zitten we gezellig onder de luifel aan de soep en penne met carbonarasaus. Dan ziet Rick iets voorbijrennen. Het is hem echter onduidelijk wat het is. Even later zie ik ook wat bewegen. Ik denk dat het een dikke mestkever is, maar het rennende dier blijkt een spin te zijn. Hij is zo groot als mijn hand en hij is niet alleen. In het licht van de zaklantaarn krioelt de grond van de spinnen en insecten, en niet van die kleintjes ook. Dan zie ik een schorpioen. Hij is groot en geel en zit vlak bij mijn voet onder de eettafel. Nu begint ook het vliegende ongedierte ons lastig te vallen. Niet alleen muggen maar ook vliegende mega torren komen op het licht af en landen op mijn hoofd.
Vóór zevenen hebben we onszelf opgesloten, Rein en Rick in de daktent en ik in de auto. Ik heb een raam opengezet en de opening afgedekt met een stuk klamboe. Dat weert insecten, maar helpt niet tegen de ontzaglijke hitte. Het waait een beetje, maar de wind voelt aan als hete lucht uit een föhn. Ik probeer nog wat te lezen in De kleine keizer van Martin Bril, een hilarisch boekje over zijn fascinatie voor Napoleon. Ik hou dat echter snel voor gezien na zijn opmerking dat het in de zomer van 2003 in Parijs dagenlang achtereen 40 graden Celcius was en de bejaarden bij bosjes overleden. Ik ben binnen vijf minuten zeiknat en dat blijft zo. Het wordt een hele lange nacht waarin ik geen oog dichtdoe. Rick of Rein roept af en toe: 'Heet hè?' Ik durf verder geen ramen open te zetten, bang om gestoken te worden. We slikken vandaag voor het eerst Malarone, omdat we in potentieel malariagebied zijn gearriveerd. Om die reden en vanwege de vliegende torren en schorpioenen durf ik ook geen wandelingetje te maken. Pas tegen de ochtend gaat het flink waaien en gok ik het erop een portier open te zetten. Binnen een paar minuten is alles bedekt door een laagje stof. God, wat is dit een armoede. Het leek zo'n mooi en romantisch plekje aan de Nijl. Dit is een van de allerslechtste nachten in mijn leven.


Over Afrika:
Wat vooral opvalt is dat de berichtgeving overwegend kritisch en veelal negatief is. Het gaat voornamelijk over moord en doodslag, stroomuitval, honger, droogte en ellende. De berichtgeving over Afrika benadrukt het beeld dat we hadden voordat we weggingen: dat het niet pluis is in het zwarte continent. Maar in de berichtgeving lees je nooit dat een probleem is opgelost. Goed nieuws is geen nieuws. Bovendien wordt een gruwelijke moord in Burundi gelijk het hele continent aangerekend en denken wij al gauw: wat een zooitje is het toch in Afrika.

Het Afrika dat wij aantroffen is een heel ander Afrika dan wat wij in Nederland voorgeschoteld krijgen. Pas als je erdoorheen reist, krijg je enig besef van de omvang van het continent. De afstanden zijn enorm: hemelsbreed van Alexandrië naar Kaapstad is twee keer zo ver als van Amsterdam naar Bagdad. Afrika is driemaal zo groot als Europa. Soedan alleen al is zestig keer zo groot als Nederland. Er wonen in Afrika één miljard mensen, tweemaal zo veel als in de Europese Unie. En het continent is niet alleen groot, maar ook zo divers. In één land wonen soms wel vijfhonderd verschillende stammen, die even zovele talen en dialecten spreken. Wij hebben geen tekenen van oorlog gezien, geen honger en in de Sahel geen droogte (integendeel, de regen achtervolgde ons). Dat betekent niet dat het er allemaal niet is, wij zijn het gewoon niet tegengekomen. Misschien hebben we wel mazzel gehad.

We hebben onrustige gebieden niet specifiek opgezocht, maar we zijn ook niks uit de weg gegaan. De enige concessie die we hebben gedaan is dat we niet dwars door Kongo zijn gereden, maar dat was meer omdat er geen wegen meer zijn dan dat we niet durfden. Misschien was het moment van onze reis wel uniek. Nergens in Afrika was oorlog en dat is al heel lang niet voorgekomen. Zelfs in notoire brandhaarden als Darfur en Somalië was het betrekkelijk rustig. Wij hebben onderweg voor het overgrote deel vriendelijke en gastvrije mensen ontmoet, nieuwsgierig naar onze achtergrond, belangstellend naar wat we kwamen doen. Kom daar maar eens om in Purmerend. Behalve in Goma heb ik me geen moment ongemakkelijk gevoeld, laat staan bedreigd. Wij hebben Afrika niet als gevaarlijker ervaren dan Amstelveen of Bussum.

Geen land in Afrika is hetzelfde. De verschillen zijn vaak groter dan de overeenkomsten. Er zijn enorme landen als Soedan, Kongo en Namibië, maar er zijn ook hele kleintjes. Swaziland is de helft zo groot als Nederland en ook Rwanda en Burundi zijn kleiner. Ook de bevolkingsdichtheid verschilt enorm. Rwanda heeft vrijwel dezelfde bevolkingsdichtheid als ons land: vierhonderd inwoners per vierkante kilo- meter, maar Namibië en Botswana schommelen rond de drie.


Over nijlpaarden voor de tent:
Het is al bijna donker als we de tent opzetten op een schiereiland in het Edwardmeer bij het dorpje Mweya. We eten soep en noedels. Een ranger komt ons waarschuwen vannacht niet rond te lopen, want er hebben de hele dag leeuwen op de campsite rondgehangen en die zijn zeker nog in de buurt. Eindelijk! Al weken kijken we uit naar leeuwen en hier zijn ze in ieder geval in de buurt.

Als het helemaal donker is, spot Rick in het licht van zijn zaklantarn twee oplichtende ogen, die onmogelijk van een klein dier kunnen zijn. Een leeuw? Misschien een buffel? Dan horen we ook een geluid, er graast iets, dat kan nooit een leeuw zijn. In het licht van de zaklantaarn zien we een enorm nijlpaard opdoemen. Langzaam komt ie dichterbij. We vluchten de auto in. In het pikkedonker zien we niks meer en ik doe de koplampen aan. Vlak voor de auto staat een heel klein babynijlpaardje met daarachter een grijze muur, zijn moeder. Jezus, wat is dat beest groot. Dan komt er nog zo'n kolos met jong de lichtbundel van de koplampen inlopen. Onverstoorbaar staan de moeders in hoog tempo gras te vermalen. De kleintjes duiken weg achter de logge lijven van hun moeder. Rustig grazend verdwijnt het gezelschap uit beeld. Wat een fantastische belevenis! Als we eenmaal liggen horen we hyena's en olifanten en Rick herkent het gegrom van leeuwen. Daartussendoor het onmiskenbare geknor van de nijlpaarden. 's Nachts word ik wakker en moet héél nodig, maar ik durf echt niet. Er zit niks anders op dan knijpen tot het licht wordt.


Over de tovervisjes van Malawi:
Voor de kust ligt een grote catamaran, Mama Africa, die we huren voor de middag. De kapitein stelt zich voor als Captain Jack Sparrow. Dik ingesmeerd tegen de brandende zon gaan we aan boord en laten ons naar een eilandje zeilen, vlak voor de kust. Mama Africa is zoals Afrika: van een afstandje ziet ze er goed uit, maar van dichtbij is ze slecht onderhouden. Ze is nodig toe aan een nieuw zeil en datzelfde geldt voor de duikbrillen en zwemvliezen die Jack aan boord heeft. Mijn bril is te klein en de zwemvliezen knellen, doch ik vergeet dat onmiddellijk als we het meer in duiken. Het schouwspel dat zich voor onze ogen afspeelt kent zijn weerga niet. Het warme water is helder als glas en het licht van de zon speelt met de rotsen op de bodem. Het is ondiep en er zijn honderden visjes, bijna allemaal cichliden. Ze zwemmen niet zomaar in het rond, maar komen nieuwsgierig op ons af. Ze zijn er in alle kleuren en sommigen lijken wel fluorescerend. Als je je hand uitsteekt knabbelen ze aan je vingers. Geen aquarium zal ooit kunnen tippen aan deze fascinerende werkelijkheid. Het is betoverend, van een ongekende schoonheid. Geen idee hoe lang we in het water hebben gelegen, maar het kan best wel een uur zijn geweest. Als we terug in de boot klimmen zijn we er alle drie stil van. Geluk spreekt voor zichzelf. Terug in Nederland wordt me steeds weer gevraagd wat het mooiste is dat ik heb meegemaakt in Afrika, en dan denk ik altijd even terug aan de tovervisjes van Cape Maclear.

Over hyena's in Harar:
Om zeven uur komt Benjamin ons ophalen voor het schouwspel, dat volstrekt uniek is in de wereld. Er is hier nergens straatverlichting, dus we rijden in het stikdonker naar een van de poorten van de ommuurde stad. Vlak daarbuiten is een terreintje waar na zonsonder- gang een groep van zo'n twintig tot dertig hyena's naartoe komt. Onduidelijk is wanneer deze traditie is ontstaan, maar het gebeurt in elk geval al tientallen jaren. Het was altijd al gebruikelijk om afval en kadavers te laten liggen als voedsel voor gieren en hyena's, maar in tijden van weinig voedselaanbod hebben hongerige hyena's het vooral voorzien op klein vee, zoals schapen en geiten. Om dat te voorkomen is men de dieren regelmatig gaan voeren, met als gevolg dat in Harar een speciale band is ontstaan tussen de mens en het roofdier met de sterkste kaken van Afrika. Hyena's worden in Afrika gezien als onbetrouwbaar en zeer gevaarlijk, maar in Harar zijn de bevolking en de hyena's volkomen aan elkaar gewend. De dieren lopen 's avonds en 's nachts gewoon over straat tussen volwassenen en kleine kinderen. De hyena's worden gevoerd door een Ethiopiër die zichzelf 'de hyenaman' noemt. Hij wordt gefinancierd door bijdragen van toeristen, als die er tenminste zijn.

Als we aankomen zit de hyenaman al op zijn plek. In het licht van de koplampen van een paar auto's zien we zeker twintig hyena's op het velde. In een hoek ligt een kluwen jonge dieren. Lelijke beesten zijn het. Ze hebben nog het meeste weg van een grote hond, maar ze staan hoger op de voorpoten dan de achterpoten en ook de kop is buiten- proportioneel groot. Het lichaam is roodbruin met donkerbruine stippen. Ze gedragen zich niet onvriendelijk, een beetje onderdanig zelfs, en happen voorzichtig naar de reepjes vlees die de hyenaman ze aanbiedt. Ze wachten netjes hun beurt af. Dan mogen wij ook. Eerst Rein. Hij gaat naast de hyenaman zitten, oog in oog met een hyena. Hij krijgt een stokje ter lengte van een potlood, waarover aan het uiteinde een reepje vlees hangt. Eerst gewoon in zijn hand, daarna tussen zijn tanden, waardoor de hyenakop op vijf centimeter van zijn gezicht komt. Doodeng. Dan mag Rick en daarna ik. Natte handen, mijn hart klopt in mijn keel. Tegenover mij een enorm hyenamannetje. Ik ruik zijn stinkende adem, zijn ogen kijken dwars door me heen. Hij kwijlt. In een flits happen zijn enorme kaken een reepje vlees van het stokje. Kippenvel over mijn hele lichaam.


Over corruptie in Egypte:
Het hoofd van de douane vertelt ons dat het Carnet de Passage zonder een stempel van de Automobile & Touring Club d'Egypte niet geldig is. En dat het kantoor daarvan in Caïro is. Vol ongeloof begin ik te sputteren. Na enige discussie blijkt er gelukkig ook een kantoor in Alexandrië te zijn. Wat moet dat moet, dus wij nemen een taxi en gaan naar het opgegeven adres. De taxi is een oud barrel. Er zit een flink gat in de bodem waardoor uitlaatgassen naar binnen komen. Ik hang daarom de hele weg met mijn hoofd uit het raam.
Alexandrië is groot. We zijn een uur onderweg en treffen nog net voor sluitingstijd de directeur van de Egyptische automobielclub. Na enige aarzeling wil hij ons toch ontvangen. Hij hoort het probleem aan en schudt met zijn hoofd: nee, dat behoort niet tot zijn competentie, daarvoor moeten we echt naar Caïro. Een stempel voor de invoer van een auto kan uitsluitend daar gehaald worden. Dat kan niet waar zijn! Daar is nog nooit een auto aangekomen. Die komen namelijk altijd met de boot en voornamelijk in Alexandrië. Maar daar kan het niet. We worden genaaid en niet zo zuinig ook. Ter plekke bel ik de ADAC, de Duitse automobielclub, die het carnet heeft afgegeven. Vrijwel direct krijg ik iemand aan de telefoon, die begrijpt wat er aan de hand is.
'Volstrekte flauwekul,' zegt hij, 'dat heb ik nog nooit gehoord of meegemaakt. Je hebt helemaal geen extra stempel nodig.'
Ik vertel de directeur wie ik aan de telefoon heb en leg hem uit wat die zegt. Schouderophalend zegt hij: 'Ik maak de regels niet, ik voer ze alleen maar uit.' En hij herhaalt nog eens: 'Het stempel wordt alleen verstrekt op het hoofdkantoor in Caïro en alleen aan degene op wiens naam de auto staat.'
Ik dus. Mahdi kijkt me vertwijfeld aan en zegt dat er echt niks anders op zit dan morgen naar Caïro te gaan.

De volgende morgen staan we vroeg op, want we worden om zeven uur opgehaald om naar Caïro te worden gereden. Ik had een auto kunnen huren, maar er is me verzekerd dat dat net zo duur is als een taxi. Rein blijft in Alexandrië om met Mahdi de bagage in te klaren. Ons is een Engelssprekende chauffeur beloofd, maar verder dan yes en no komt Abdul niet. Vervelender is dat ik hem op de 260 kilometer lange rit naar Caïro voortdurend wakker moet houden. De tolweg is acht banen breed en eentonig. Gelukkig is er niet veel verkeer. Om tien uur zijn we al in de buurt van Caïro en worden we plot- sering geconfronteerd met de piramides van Gizeh. Wat zijn die dingen groot en ze staan inderdaad bijna in een woonwijk!
In Caïro wordt een 'behulpzame' vriend opgehaald, die net als onze chauffeur ook niet weet waar de Automobile & Touring Club d'Egypte is. Na enig rondvragen beklimmen we een steile trap in een uitgeleefd gebouw en vinden op de vierde verdieping een al even uit- geleefd kantoor waar we hartelijk worden begroet door miss Summer. Ze voorziet ons van wat formulieren, die ik invul en weer inlever. Op een houten bankje mogen we wachten op onze letterlijke en figuurlijke beurt, want dat we genaaid worden is zeker. Een kwartiertje later worden we ontvangen door een magere oude man, die een ernstig gezicht opzet en een verwarde indruk maakt: de directeur. Zijn kantoor wordt grotendeels in beslag genomen door een bureau van drie bij anderhalve meter. Het is bezaaid met stapels dossiers en papieren, tot een halve meter hoog. én natuurlijk de Koran, want die ligt hier op ieder bureau. Hij frommelt wat aan het carnet, zet intussen wat hand- tekeningen, staat medewerkers te woord en besluit dan dat we door mogen naar de volgende ronde: terug naar miss Summer. Nog een formulier invullen en naar de kassier om E£ 150 (E 20) te betalen. Ik krijg keurig een bonnetje. Dan weer terug naar de directeur, die ons in grote fauteuils plant en vervolgens drie kwartier niks meer tegen ons zegt. Hij frommelt wat aan zijn dossiers en blaft mensen af die bedremmeld wat komen vragen. Nadat hij een man op luide toon heeft uitgescholden, begint hij te trillen. Hij neemt de telefoon, draait een nummer en hangt direct weer op. Hij verplaatst nog wat dossiers. Pakt een velletje papier, vouwt dat netjes dubbel en scheurt het langs de vouwlijn doormidden. Alles zonder een woord te zeggen. Die vent is echt gek en ik begin het ergste te vrezen. Dan loopt hij weg en hij komt pas na tien minuten terug. We worden nog steeds totaal genegeerd. Hij gaat weer achter zijn bureau zitten rommelen. Plotseling lijkt hij zich te realiseren dat wij er ook nog zijn en tovert ons carnet uit een mapje. Hij kijkt me aan en zegt: 'Vijftig pond.'
'Hèhè, is dat alles?' verzucht ik. Het draait dus om een tientje voor de directeur. Daarom kan dit onzin stempeltje niet in Alexandrië worden gegeven en moeten we zeshonderd kilometer rijden. Niettemin haal ik opgelucht adem: die klus is geklaard.

Lex Harding

Lex Harding werd in 1945 in Boskoop geboren als Lodewijk den Hengst. In 1967 begon hij als diskjockey bij de zeezenders Radio Dolfijn en Radio 227. Bij Radio Veronica groeide hij eind jaren zestig als presentator van o.a. de Top 40 ...

lees verder

Support Orange Babies

Van elk verkocht exemplaar van het boek zal een gedeelte van de opbrengst naar Orange Babies gaan. Orange Babies is een stichting die als voornaamste doel heeft zwangere vrouwen met hiv en hun baby's in Afrika te helpen.

lees verder